Archief: Stand van zaken 2012

Onderstaande onderdelen werden dit jaar tijdens de duurzame renovatie aangepakt. In het archief zijn de onderdelen uit eerdere jaren beschreven.

mei

Verwarmingsinstallatie

In 2011 en 2012 werd een groot deel van de verwarmingsinstallatie aangelegd. De installatie voor verwarming, koeling en ventilatie bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Warmteopwekking d.m.v. een warmtepomp
  • Warmteopwekking d.m.v. zonnecollectoren
  • Warmteopslag d.m.v. bodemcollectoren
  • Warmteopslag d.m.v. buffervaten
  • Warmteterugwinning d.m.v. gebruik van WTW(warmteterugwin)-units in de retourlucht van de luchtverversinginstallatie
  • Warmteterugwinning d.m.v. gebruik van een luchtwarmtepomp in combinatie met een Hr-combiketel
  • Koeling
 

Productie van warmte en koude

De  primaire warmteopwekking wordt verzorgd door een water-water-warmtepomp (brine) en een lucht-water-warmtepomp in combinatie met een Hr-combiketel, Hr-ketel en twee zonnecollectoren (vlakke plaatcollector en vacuümbuiscollector) gekoppeld aan een boiler. Dit is de meest efficiënte opbouw gezien de gewenste flexibiliteit in gebruik en de bouwkundige/architectonische inpasbaarheid.

De installatie is een “change over”systeem m.b.t. de inzet voor verwarmen of koelen. De warmtepompen en de zonnecollectoren (en indien nodig de Hr-ketel) zorgen primair voor de benodigde hoeveelheid warmte in het gebouw. Het is een cascadesysteem: bij een warmtevraag worden eerst de warmtepompen aangestuurd, daarna de cv.-ketels ingeschakeld. Deze volgorde van aansturing is afhankelijk van de buitentemperatuur (weersafhankelijke regeling) en de warmtevraag uit het gebouw. 

De door de warmtepompen benodigde primaire energie wordt in de basis onttrokken aan bodemcollectoren. Dit heeft tot gevolg dat dit bodempakket uitgekoeld wordt.Bij volledige koelvraag gaan de warmtepompen uit en komt het gekoelde water direct uit de bodemcollectoren. Bij deellasten en gelijktijdige koel- en warmtevraag zijn er meerdere bedrijfssituaties mogelijk die elkaar kunnen versterken al naar gelang de specifieke bedrijfstoestand.

De bodemcollectoren, c.q. het statische grondpakket wordt actief geregenereerd door verschillende ventilatiesystemen waaraan actief (rest)warmte wordt onttrokken. Deze warmte-energie wordt daarbij eerst aangeboden aan de primaire warmtepomp ter verbetering van de momentane C.O.P. (“coefficient of performance”). De koelwatertemperatuur wordt nageregeld op een instelbare waarde en middels een zogeheten “dauwpuntregeling” wordt de gewenste waarde verhoogd of verlaagd. De relatieve luchtvochtigheid t.b.v. dauwpuntmetingen wordt bepaald door de gemiddelde waarden die worden geregistreerd door vochtopnemers welke zich in de vertrekken bevinden.

 

Ruimteverwarming en -koeling

De primaire installatie bestaat uit wand- en vloerverwarming en voorziet de vertrekken van warmte/koude middels een laagtemperatuursysteem (LTS). Dit is een traag werkend systeem. Het aantal bodemcollectoren is beperkt gezien de beschikbare oppervlakte van de tuin. Dit betekent dat de warmteproductie van het primaire systeem een bovengrens heeft. Indien het primaire systeem niet snel genoeg werkt, wordt aanvullende warmte en/of koude geproduceerd door een snel werkende luchtbehandelinginstallatie. Mechanische luchtverversing is sowieso nodig omdat, bij intensief gebruik van ruimten voor bijeenkomsten, natuurlijke ventilatie niet voldoende zal zijn.

Met het LTS voor wand-, resp. vloerverwarming/koeling wordt de basistemperatuur geregeld en met de luchtbehandelinginstallatie (LBH) wordt de temperatuur in de vertrekken nageregeld. De inblaastemperatuur wordt bepaald op basis van de gemeten en de gewenste ruimtetemperatuur, zodat de gewenste waarde wordt bereikt. Regelkleppen worden modulerend gestuurd, afhankelijk van het koel/verwarmingsignaal. De temperatuur van de lucht in de vertrekken wordt geregeld met een zogeheten inblaas- ruimtecascaderegeling. De gebruiker kan per vertrek, binnen een door de gebouwbeheerder ingesteld bereik, de temperatuur zelf bepalen.

 

Bewaking van luchtkwaliteit

De luchtbehandelinginstallatie (LBH) bestaat uit een aantal units, die vervuilde lucht afzuigen en buitenlucht inblazen. De luchtkwaliteit wordt bepaald aan de hand van het CO2-gehalte, de vochtigheidsgraad en het dauwpunt. In het kader van de demonstratiefunctie wordt in een van de vertrekken ook de hoeveelheid fijn stof gemeten. Luchtbehandelingunits regelen de luchtverversing en zijn toerengeregeld middels een 0-10 Volt-signaal. De ventilator zal “optoeren” naarmate de gemeten luchtkwaliteit afwijkt van de gewenste luchtkwaliteit. Luchtkwaliteitmeters zijn onzichtbaar in de ruimten geplaatst (bijvoorbeeld achter roosters in schouwboezems). De LBH komt in bedrijf via een klok die wordt gestuurd vanuit het gebouwbeheersysteem of via een bewegingsensor. Ook kan de gebruiker zelf de mate van luchtverversing in het vertrek  bepalen.

 

Hergebruik warme lucht en zonnewarmte

De warmte uit afvoerlucht van het ventilatiesysteem wordt teruggewonnen in warmte- terugwinunits (WTW-units) en/of wordt via specifieke warmtewisselaars onttrokken aan de luchtstroom en als primaire energie aangeboden aan de warmtepomp, of ter regeneratie van het bodempakket (warmteopslag).Een separate energiestroom is hergebruik van afvalwarmte die ontstaat door mechanische arbeid, temperatuurverliezen, appendages en leidingnetten hetgeen leidt tot oplopende temperaturen in techniekruimten.

Er is ook zonnewarmte die zich verzamelt in ruimten met glazen daken.Een afzuigventilator zuigt de restwarmte (actief) uit de binnenlucht van diverse (ook technische) ruimten en brengt de zonnewarmte actief naar een luchtwarmtepomp. Deze luchtwarmtepomp (WP) is geïntegreerd met een Hr-combiketel. De WP wordt modulerend geregeld op een warmtevraag uit de installatie. Indien de aanvoertemperatuur uit de hoofdinstallatie te laag is wordt de Hr-combiketel automatisch bijgeschakeld.

 

Productie van warm tapwater

De zonnecollectoren zullen een boiler opwarmen t.b.v. warm tapwater. Indien dit niet voldoende is zal een Hr-ketel kunnen bijspringen zodat er altijd voldoende warm water ter beschikking is. De twee zonnecollectoren (een normale collector en een vacuümbuiscollector volgens het “heat pipe” principe) zullen het voorraadvat van tapwater voor het grootste gedeelte opwarmen en/of op temperatuur houden.
Ook wordt er ter beperking van energiegebruik warmte teruggewonnen uit douchewater.